‘De kogels vlogen soms in Zwartebroek in de struiken’

[ZWARTEBROEK] Ze is erelid van koor Ex Animo, was vijftien jaar kerkenraadslid van de Gereformeerde Kerk (PKN) en is kind aan huis in dorpshuis De Belleman in Zwartebroek. Daarom werd Fenny Buitink-Landman (91) vorige week lid in de Orde van Oranje-Nassau.

In haar woning getuigen vier beeldjes van de waardering die de Zwartebroekse kreeg voor haar activiteiten in haar woonplaats. Voor de foto staan ze even op tafel. Dochter Jantine Mulder schenkt koffie. ,,Elke ochtend skypen we even, dat is erg gezellig.” Fenny kreeg met haar man vier kinderen: Harry, Frank, Jantine en Jan. Intussen zijn er ook drie kleinkinderen.

Ze was verrast door het lintje dat de burgemeester bij haar opspelde. ,,Ze hebben me naar Barneveld gelokt. Ik zou gezellig koffie gaan drinken, omdat er in december vorig jaar zogenaamd weinig aan mijn verjaardag was gedaan. De avond ervoor kwam op het journaal de lintjesregen aan de orde en toen dacht ik: ‘Nee hèh, het zal toch niet?’ De volgende morgen kwamen ze me ophalen en was dit inderdaad het geval. Het was erg leuk.”

KRUIDENIERSWINKEL Fenny werd geboren in het grote gezin van de familie Zegers, op de plek waar nu cafetaria De Zaak staat. ,,Dat was toen de Zwartebroekerweg en is nu de Platanenstraat.” Hier stond 91 jaar geleden een kruidenierswinkel met een banketbakkerij en daarnaast een graanhandel. Hier zwaaide haar moeder de scepter, omdat Fenny’s grootvader in 1920 naar Amerika emigreerde en het stokje van de winkel/handel aan zijn dochter overdroeg. Zij trouwde met Jan Landman. Samen kregen ze dertien kinderen, van wie Fenny nummer zes was. ,,Mijn moeder was een hele rustige, zachte vrouw en met iedereen begaan. Ondanks dat we een groot gezin hadden, verliep alles geruisloos. Er waren altijd dienstmeisjes en iedereen uit ons gezin die van school kwam, moest een paar jaar in de winkel helpen. Mijn vader werd later vertegenwoordiger bij een zaadhandelfabriek.”

In de oorlogstijd werd er ook nog ruimte gemaakt voor onderduikers, herinnert Fenny zich. Dan zaten er meer dan twintig personen aan tafel, terwijl ze het gevaar hiervan bagatelliseert. ,,Ik weet nog dat de Duitsers het schoolgebouw in ons dorp overnamen en bij ons brood kwamen halen. We waren hiervoor gewaarschuwd, zodat we een groot gedeelte zelf achter hebben gehouden.”

Fenny bezocht in Zwartebroek de School met den Bijbel aan de Zwartebroekerweg. Haar beste vriendin was toen Rijkje van Veen. Meester Veerbeek was het schoolhoofd, terwijl ze een fijne herinnering heeft aan meester Roodnat, omdat hij leerlingen meteen toneelstukjes liet doen en een kinderkoor op touw zette. En zingen is haar lust en haar leven. Later bezocht ze ook de muziekschool in Amersfoort. 

CANADA In Barneveld ging Fenny naar de mulo. Ze was goed in Engels, waar ze later nog meer cursussen voor volgde. Dat kwam goed van pas toen ze haar broer Gert in Canada vele malen bezocht. ,,Dan reden we met een Greyhoundbus het hele land door.” Het reizen vond de Zwartebroekse erg fijn, zodat ze later ook met haar man Everhardt vele landen bezocht, ook in Afrika en Indonesië.

De mulo-opleiding kon ze helaas niet af maken, omdat de scholen in 1944 gesloten werden in verband met de oorlog. ,,Dan moest ik via Terschuur langs de spoorlijn en daar werden de treinen heel vaak beschoten door vliegtuigen van de Geallieerden. De kogels vlogen soms in Zwartebroek in de struiken wanneer de vliegtuigen al vroeg doken. Dat was gevaarlijk. Eén keer hadden ze een bom gegooid op de spoorlijn, precies bij de overgang naar de Kallenbroekerweg.”

Nadat ze een paar jaar haar moeder in de winkel hielp, ging Fenny in een Amersfoortse zaak werken, waar haar werkgever al snel in de smiezen had dat ze meer in haar mars had dat alleen schoonmaken. ,,Ik mocht bij Het Porseleinhuis dure serviezen en bestek aan klanten verkopen, zoals het merk Wedgewood. Ik ging ook met de baas mee om in Duitsland de inkoop te doen.”

Na vier jaar stopte dit werk, wat in die tijd meestal gebruikelijk was, wanneer een vrouw in het huwelijk trad. Fenny had Everhardt leren kennen in de Gereformeerde Kerk. ,,Als militair was hij drie jaar in Indonesië geweest, terwijl hij opgegroeid was in Voorthuizen en Appel.”

Het kersverse echtpaar ging wonen in een huis aan de Zwartebroekerweg (later Platanenstraat). Everhardt werd pluimveespecialist. ,,Kippendokter noemden ze hem. Dit kwam hem goed van pas bij zijn bezoekjes aan boeren. Hij werkte veel samen met dierenartsen.” Later werkte hij nog bij coöperatie De Valk. 

Toen Fenny’s schoonvader overleed, wilde haar schoonmoeder hier niet blijven wonen. Zo konden zij en haar man gaan wonen in hun boerderij aan de Zelderseweg. Later woonden ze ook nog tien jaar aan de Wethouder Ten Hamlaan in Barneveld. Toch trok het dorp Zwartebroek nog steeds en dat was de reden om hier een huis te kopen aan de Jan Landmanstraat, vlak bij De Belleman. Immers, van dit dorpshuis was Fenny’s man een van de oprichters, mede doordat hij lid was van de Barneveldse gemeenteraad voor de AR (later opgegaan in het CDA). ,,Je kon het zo gek niet bedenken, hij was bestuurslid van heel veel verenigingen, van de school tot de kerk. Dat was voor mij en mijn zusters weleens gemakkelijk, omdat hij meestal niet thuis was. Dan gingen we ’s avonds in Amersfoort schaatsen en moesten we om tien uur thuis zijn. Maar rond die tijd begon het net gezellig te worden. Mijn moeder was minder streng en zelf ook dol op schaatsen. Naast de bakkerij was een berghok en dat liet zij open. Dan konden we zo met een trap naar boven naar onze slaapkamer, zonder dat mijn vader dat in de gaten had (lacht).”

GEREFORMEERD Van haar broers en zusters zijn er nog zes in leven. Fenny trok veel op met Everdien, de zus die één jaar ouder was, maar die vorig jaar helaas overleden is. Zes jaar geleden overleed ook Fenny’s echtgenoot en twee jaar later haar oudste zoon Jan. Ze mist ze allebei, maar accepteert het leven zoals het is.

Het was een vanzelfsprekendheid voor Fenny dat ze als kind mee naar de kerk ging. Ze zegt dat ze bijna nooit twijfelde aan het bestaan van God en deed belijdenis in de Gereformeerde Kerk. ,,Het is er niet al te ‘zwaar’. Ik ben ook niet zo halleluja-achtig, maar het geloof geeft me rust.” Jantine voegt toe dat haar moeder dat vertrouwen aan haar kinderen meegaf. Ook richting kerkleden straalde ze dit uit wanneer ze in de functie als ouderling haar taak uitvoerde.

Want Fenny werd de allereerste vrouw in de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk in Zwartebroek. ,,Bij de eerste vergadering dachten ze dat ik in de pauze als enige vrouw wel koffie zou schenken, maar dat had ik meteen door. Toen heb ik voorgesteld dat iedereen om de beurt voor koffie zou zorgen. En die afspraak bleek geen enkel probleem.”

Van 1975 tot 1984 was ze wijkouderling. ,,Ik vond het fijn om met mensen in gesprek te gaan. Het is ook goed om bij zieken op bezoek te gaan.” Later werd ze scriba van de kerkenraad van 1986 tot 1992 en lid van het College van Rentmeester. Dit vond ze eigenlijk nog interessanter, waarmee ze flink in de voetsporen trad van haar vader, die vele bestuursfuncties vervulde.

Bij Ex Animo vervulde Fenny ook een bestuursfunctie, het koor waar ze al 75 jaar lid van is. Als sopraan mocht ze vaak solo zingen. Beeldjes van een muzieksleutel en een noot getuigen van de waardering die Ex Animo voor het erelid heeft. Ze werd ook elders gevraagd om solo te zingen bij koren die klassieke werken van componisten als Händel of Bach ten gehore brachten. ,,Ik heb ook weleens opera gezongen. In Bunschoten-Spakenburg had je een mannenkwartet en daarbij heb ik weleens de operettestem vertolkt in het duet ‘Schenkt man sich Rosen aus Tirol’. Dus ben ik verschillende keren met die kerels op pad geweest.” Een paar jaar zong Fenny ook bij een oratoriumvereniging in Amersfoort, waar ze bekende stukken als de Matthäus Passion, The Messiah en Die Jahreszeiten zong. ,,Ik houd erg van de koralen.”

BELLEMAN Bij de oprichting van De Belleman was Fenny’s man volop betrokken. Met allerlei acties kwam er al snel 50.000 euro op tafel, een voorwaarde om het dorpshuis van de grond te krijgen.

De bestuursleden besloten dat eerst hun echtgenotes de mouwen in het dorpshuis maar op moesten stropen. ,,Daar was ik bij en ik ben altijd gebleven. Eerst in de keuken en al snel ook in de bediening. We serveerden complete maaltijden bij bruiloften en partijen. Ik heb heel wat eieren gevuld. Het is er gezellig en je krijgt een band met iedereen die er iets doet. Ik weet nog dat we bij de eerste bruiloft meteen driehonderd gasten hadden.” Ze noemt ook de muziekvereniging, de tafeltennissers en andere verenigingen zoals de plattelandsvrouwen die gebruik maken van het dorpshuis. Later ging Everhardt het onderhoud van de tuin van het dorpshuis verzorgen, terwijl Fenny in zijn voetsporen trad. ,,Ik houd nu vooral de terrassen schoon en poot de bloemen in de grond. Ik ben er elke ochtend wel te vinden.”

De Zwartebroekse is op haar hoge leeftijd nog steeds kras en energiek. Ze fietste veel in haar leven, schaatste en ging zwemmen in de Veluwehal, waardoor ze fit bleef. Er ligt een grote puzzel op tafel, waar ze zo nu en dan stukjes aan legt. Fenny leest veel boeken in allerlei genres en kijkt graag naar detectives op tv. ,,Ik ben ook zeer geïnteresseerd in de politiek, in binnen- en buitenland.” Ze is niet bang dat er een Derde Wereldoorlog op komst is. Fenny heeft in dit opzicht vertrouwen in de Verenigde Naties en dat een conflict wereldwijd te vermijden is door te blijven praten.

Freek Wolff

Het bericht ‘De kogels vlogen soms in Zwartebroek in de struiken’ verscheen eerst op Nieuws.nl.

Bron: Nieuws.nl